Controleren en cultiveren

Vroeger kon controle geruststellend voelen. Zowel de controle die ik zelf uitoefende, als die van buiten kwam. Soms collectief, soms individueel.

Volgen leek rust te geven, omdat autoriteit voelde als iets van buiten met automatische reacties op de richting die werd aangegeven.

Gaandeweg werd duidelijk dat autoriteit niet alleen van buiten komt. Het kan bewegen tussen geven en niet geven, tussen luisteren en soms horen.

Wederzijds nuttig.

Daarin verschilt cultiveren van controleren. Waar controle voelt als toezicht, gaat het bij cultiveren over aandacht. Niet corrigerend, niet bijsturend van buitenaf, maar aandacht die van binnenuit is en verdiept.

Autoriteit, aandacht en tijd

In mijn werk zie ik dat terug. Ik waardeer het wanneer studenten vragen stellen en soms initiatief nemen. Niet om het tempo te verhogen, maar omdat het leren daardoor verdiept.

Autoriteit toont zich hier minder in instructies meer in het creëren van ruimte voor het juiste gesprek, afgestemd op de patiënt en de leercurve.

Diezelfde ruimte werkt ook door buiten mijn werk. Aandacht brengt helderheid.

Vreugde ervaren in de tijd voor je kan ook beginnen met ontdekken dat autoriteit, geen extern iets is, maar een vorm van helderheid die van binnen begint.

Samen met het leren herkennen van de signalen van het lichaam, vooral wanneer haar balans verschuift.

Voor mij verandert tijdsbeleving wanneer helder denken wordt gecultiveerd door verantwoordelijkheid te erkennen, niet als last, maar als iets waarin ook vreugde ligt.

Previous
Previous

Why I left emotional religion

Next
Next

Uneasy Sweetness