Tijd vraagt, gezondheid antwoordt: wanneer is betrokken zijn te veel?

Ruimte voor kerken in de stad is een ruimtelijke vraag.

Er is een tweede vraag die minder gesteld wordt: hoeveel ruimte nemen kerken in het leven van hun leden?

Elke zondag is er de altar call. Muziek, de oproep om naar voren te komen, handoplegging, gebed. De week erop opnieuw. Daaromheen zijn er samenkomsten, vrijwilligerswerk en gebedsnachten. Wat nog wringt, wordt meegenomen naar de volgende bijeenkomst. Zo ontstaat er een ritme.

Dat ritme kan veel geven: betekenis, een gemeenschap en soms richting.

Het vraagt ook tijd.

Wanneer agenda’s zich vullen, verschuiven andere keuzes. Sporten gebeurt minder vaak. Maaltijden veranderen door sociale planning. Avonden worden later. Ochtenden korter. Toewijding beïnvloedt hoe het dagelijks leven wordt ingericht.

Het probleem ontstaat wanneer betrokken zijn andere basiskeuzes verdringt en het lichaam daar langzaam op inlevert

In mijn werk zie ik dat het lichaam reageert op wat het week na week krijgt. Het maakt weinig onderscheid tussen vrijwillig en verplicht. Het reageert op slaap, voeding, samenhang.

Wanneer belasting structureel is, daalt gezondheid. Gewicht kan toenemen. Bloeddruk kan stijgen. Conditie neemt af. Dit gebeurt vaak langzaam en ongemerkt, ook bij jonge werkende mensen.

Gezondheid op latere leeftijd is zelden toeval. Zij weerspiegelt hoe jaren zijn ingevuld.

De richting die een gemeenschap geeft bepaalt waar tijd naartoe gaat. En waar tijd naartoe gaat, daar volgt het lichaam.

Ruimte wordt gemeten in vierkante meters. Ook in uren, conditie, levenscapaciteit.

Tijd en gezondheid hangen samen. Wat ruimte vraagt, is een gezondheidsvraag.

Next
Next

Waarom je honger houdt als je minder eet (en wat je mist)