Opstaan uit de dood

Deze Pasen denk ik aan Jezus.

Zijn werk was timmerman. Maar zijn betekenis lag voor mij niet daarin, maar in hoe hij met mensen omging.

Met name het gevoel dat hij achterliet bij de vrouwen om hem heen. Herkenning van haar hart in een tijd waarin er van vrouwen gescheiden kon worden als ze het brood lieten aanbranden.

Ik ken het gevoel van de jaren waarin ik zoveel voor elkaar had gekregen, maar het toch niet zo voelde.

Ik dacht dat ik wel goed zat, omdat ik meestal uitkoos wat ik leuk vond om te doen, maar ik ervaarde het niet meer als leuk.

Ik dacht dat ik omringd was door inspirerende mensen, maar ook dat ervaarde ik niet meer zo.

Dagen worden nu zo geoptimaliseerd dat het risico op aangebrand brood nauwelijks meer bestaat.

Er is weinig ruimte om van het brood te genieten, maar zelfs dat maakt niet meer uit. Zolang het mooi bruin eruit ziet, was het het bakken waard.

We zijn gewend geraakt om mensen te begrijpen via wat ze doen, maar hoe weinig zegt dat over hoe je je tijd met hen ervaart of hoe iemand haar eigen tijd ervaart.

Ik begon stil te staan bij tijd als iets neutraals, eerlijks en onpartijdig. Als iets dat dezelfde waarde heeft, 24 uur per dag, 7 keer in de week tot 82 jaar, misschien 93.

Vrij om in te vullen aan werk, aan lieve mensen om me heen, in lijn met wat het hart verlangt.

Hoe mooi als het besteden van tijd precies samenhangt met het beleven ervan.

Voor mij is dat opstaan uit de dood.

Next
Next

Wat als het niet aan jou ligt, maar aan wat we van het lichaam verwachten?